is toegevoegd aan uw favorieten.

Waarnemingen omtrent de natuur en genezing der koortsen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 397 )

Dit is een gewoon toeval in veele koortfen, vooral waar onreine ftoffen in de maag voorhanden zyn; wy zien het dikwyls voor de werking van een braakmidV del, offchoon er geheel geen koorts is

Tweede toeval. „ Dikwyls een pyn in het hoofd en „ door de leden. " Waarby hy had kunnen voegen pyn in den rug en de lendenen, en alle de alreeds opgegevcne toevallen van een opwellende ftof in de eerfte wegen; byzonder de toevallen , die wy van de geele gal, uit Hippocrates in de fynochus non putris te voren hebben opgegeven.

Derde toeval. „ Een pots niet ongelyk aan die var. „ een gezand mensch. " Dit moet men alleen verftaan van het begin, of gedurende de voorboden der koorts. Want zodra de waare rilling begint, cn de werklyke koorts zyn aanvang neemt, word de pols fnel, en overtreft, wanneer men de behoorlyke ontlastingen verzuimt, weldra de fnelheid der pols van de ontftekingkoortfen,

Vierde toeval. „ Het bloed koomt overeen met dat ,, van iemand die een borstontfeking heeft. " Dit hangt grootendeels af van de lichaamsgcfteldheid (temperament) der lyders, van de fterkte der rilling, en van den wind, die er waait. In het eerfte begin is het bloed niet zeer ontftoken, maar na eenige dagen krygt het bloed meestentyds een fterkeontftekingskorst, dienaar oude of geele ongel gelykt, de wey is altyd geel; maar op het einde der koorts word het bloed zeer ontbonden.

Vyfde toeval. » Meestentyds is er een hoest, die te rii gelyk met de andere toevallen van een ligte tongont-