is toegevoegd aan uw favorieten.

Zaaklyke en duidlyke handleiding tot de syntaxis of samenstelling der Latynsche taal, in historische, natuurkundige en zedelyke onderwerpen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n6 Voorbeelden voor enkele Regels.

5) Men zie Scheller Spraakkunst Bladz. 105. de vyfde Afdeeling.

6) De Gerundia als zy enz. Zie Scheller Spraakkunst Bladz. •37. enz. Hier pasfe men de bovenltaande voorbeelden van Gerundia toe.

Nro. 75-

Wy beminnen de vrienden, die ons wel doen 1. Laat ons 2 die genen beminnen, die ons wel zullen doen 3. Wy baaten 4> den genen, die met ondeugden 5 bevlekt 6 is. Verwerf 7 u rykdómmen 8, welke bellendig 9 duuren zullen 10. Wees getroost 11, als gy regtfchaapen handelt 12. Een Vorst 13 , die zyn Land 14 van 't verderf 15 bevryd 16, word van zyne onderdaanen 17 bemind. Een Leerling, die zyne (Indien 18 tor, Gods eer 19 rigt 20, heeft in dezelve goeden voortgang 21.

1 Benefacere. 2 p. 227. A.) 3 benefacïurus. 4 odl.p. 102. b), odio projequi. 5 fcelus, leris, n. 6 contaminare, polluere. 7 r.cquiro, flvi, J'ttum, 1 ere. 8 divitiae, arum, f. p. 19, I.) 9 perpetuo. [o duratïirus. II animo fidenti effe. p. 212. 1.) 12 reële agere; ago, egi, aclum, ere. 13 princeps, cipisc. 14 pat 1 ia, f. 15 exitium , n. 16 vindicare ab a. re. p. 214. V.) 17 fubditus. 18 ftudia,'orurn , p. 20. III.) 19 honor , (os) oris, m. 20 difpono , po fui , fttum nëre. 21 magnum progreffumfiabere, p. 190. I.) 1) facere in a. re,

Nro. 76.

Het gebed 1 der Godvrugtigen, die tot God den toevlugt nemen 2 , word verhoord 3. Daar is 'een groote loon 4 voor. de' genen, welke regt handelen^, beftemd 6. God vergeeft 7 allen den genen, welke boete doen 8 en hun leven beteren 9, hunne zonden. Een getrouw 10 Leeraar is den Leerlingen zeer genegen 11, die in 't ftudeeren wat doen willen 12. God wed.rftond 13 altyd den genen, die zyn Volk uitdelgen 14 wilden.

1 Preces, cum. pl. f. p. 19. I.) 2 confugere. ^exaudire. 4 merces, c'edis, f. p, 17. 5) 5 rè&e agere. 6 conftituere. 7 dare veniam et impunitatem peccatorum alicui, gratiam facere a'itui peccatorum. 8 poenitentiam agere. 9 meliorem fteri, vitam mutare, ad bonam frugem fe recipere. 10 fiaelis. 11 maxime cupere alicui p. 186. x.) 12 facere aliquid in ftudiis. 13 rcjiftcre, repugnare. 14 dêitre.

Nro.