Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

236 Voorbeelden voor verfcheidene Regels.

Nro. 259. De Menfchenhaater.

Te Atheenen 1 leefde 2 eens 3 een zeker man, met naame 4 Tiraon^ die op het gantfche 5 menschdom een haat gevat had 6. Deeze kwam 7 op zekeren dag 8 in de volksvergadering. Dewyl 9 hy nu hier in tegen zyne gewoonte handelde 10, zo was 11 elkeen vol verwagting, wat hy hier wilde 12. Daar op 13 fprak Timon van 14 den fpreekdoel 15, dien hy beklommen 16 had: Gy Atheniè'nzcn , ik heb een open veld 17, daar een Vygeboom op flaat 18, waar aan 19 zich reeds veele vrywiilig 20 verhangen 21 hebben. Doch alzo ik bedoren 22 heb, om op die plaats een huis 23 te bouwen 24, zo heb ik, ecr-25 ik den boom omver houw có", ulieden willen 27 wsarfchuwen, op dat die genen, welke misfchien 28 nog willens zyn, zich te verhangen 29, zo veel mooglyk haasten 30 mogen.

1 Athenae , arum. §. 129. 2 effe. 3 olim. 4 nomine. 5 nniverfus. 6 concipere odium in aliquem. 7 prodtre in conciüiiem. 8 aliquando. 9 quum. \o aliquid praeter confuetudmem facere. li ntagna omnium exfpeciatio eft. 12 quidnam ajfers? 13 turn. 14

e, ex. 15 fuggeftus, ns, m. 16 afcendcre in aliquid. 17 area,

f. 18 crefcere, 19 e qua (fc. fic 11) 20 fponte. 21 fe fufpendcre. 22 decerno, crevi, cretutn, ere. 23 aedes, ium. f p. 20. III.) 24 exfiriiere. 25 prlusquam. 26 exfcindere. 27 monere veile. 28 fi qui. 29 cogitare de fvfpendio. 30 quam maxime maturare.

Nro. 260. Byzonderheden, (Anekdoten).

Eens beroemde 1 zich iemand, zeer veele 2 Landen 3, die hem kwalyk van naam bekend 4 waren, doorreisd 5 te hebben , en vertelde 6 wonderdingen, welke hy daar en daar 7 gezien zou hebben. Hier op zeide iemand, die dit mede aanhoorde 8: Ik geloof, gy moet in de Kosmografie lang eu veel verkeerd hebben 9. De eerde, welke zich verbeeldde 10, dat dit de naam cener Had was, zeide, daar in 11 ben ik nu wel nooit geweest 12 , maar ik heb het van verre 13 gezien. Op onze reize lieten wy het aan de regtehand liggen 14.

Eén had een boos 15 Wyf, dat hem dikwils ellendig plr.ngde 16. Eens gebeurde het 17, dat hy eene rcize te Paard deed 18. De lieve Vrouw verzelde 19 hem, en zat 20 agter haar man op het paard. Dit zag, ik weet niet 21 wat voor een fchramlere ko|%2 2, en luisterde 23 zynen by hem (taanden vriend 24 in 't oor: zietgy, vriend! agter 25 deu Ruiter 20" zit de zwarte 27 Zprg 28.

1 Jaila-

Sluiten