Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorbeelden voor verfcheidene Regeis. 23?

1 Jactare. 2 plu fi mus. 3 regio, önis,f. 4 nomine notUt. 5 fefagrare. 6 mira narrare. 7 bis & Mis iocis. 8 unus audientium. 9 diu multumqus verfatum efe, 10 exiftfmare p. 241. <"?) it'tf/. 12 Verfari. \jeimnus. 14 ad dextram cum navi praetcrvëhi. 15 malus. 16 ;«////<7S moieftias alicui faceftere. 17 acu* dit aliquando. 18 equo veClum Her facere. 19 couutem alicujus efe. 20 /« equo poft tergum alicujus federe. 21 nefcio quis.

homo urbanus & fac'ctus. 23 in aurem dicere. ii^prope adftans. 25 poft. 26 , quitis, m. 27 «/<?>•. 28 cura, j.

Nro. 261. Befluit.

Pericles was reeds 1 aan boord van een Galei met drie roeibanken 2 gegaan 3, om met de Atheenfche vloot ten oorlog te gaan 4. Juist op dien tyd 5 gebeurde er toevalliger wyze 6 eene zonsverduitering 7. Als nu de Memel met donkerheid betrokken 8 was, zo overviel 9 allen eet! groote fchrik 10, als of er 11 een wonderteeken 12 verfchèenen 13 was. Pericles zag 14 den Stuurman 15 fidderen en beven 16, hy hield 17 hem_ daarom den mantel 18 voor de oogen, en vraagde hem of du iet 19 verfchriklyks 20 was, of een ongeluk voorbeduidde 21. Neen, antwoordde hy 22. 'Daar op 23 vraagde Pericles wat is er tusfchen 24 dit en dat voor een onderfcheid 25, behalven dat 26 het geen den Hemel met duisternis bedekt 27, grooter 28 is dan myn mantel.

1 Jam. 2 trifèmis fc. navis. 3 confeendere. 4 ad bellum pro-

ficifci. §. 136. dj Not. 0 5 is, ipfe p. 206. xiii.) -~rj>f°r-

te. 7 fol deficit. 8 ienëbrae coelo obduclae funt. 9 incedere. 10 terror, öris, m. 11 ut. i2prodigium. n. 13 of er re p. 242. ii.) 14 cerno, "ere. 15 gubernatór', is. 16 trepidus ac-ftupens. 170bftcere. p. 180. 1% chlamys, dis, f. 19 quid. 20 horrendus. 21 calamttatem portendére. 22 negarc. 23 turn. 24 inter. 25 intereft. 26 nifi quod. 27 caïigjne tegëre. 28 grandis.

Nro. 262. Müddaadigheid 1.

Gy hebt den Landman 2 zyn zaad op een geploegden grond 3 zien werpen 4. De vrugt gaat op 5, hy verzamelt die in zyne fchuuren 6, en kroont zynen arbeid met vreugde en overvloed

Zo 8 word ook de man, die zyn vermogen 9 met edelmoedigheid 10 verdeelt, door de dankbaarheid 11 der genen,

die

Sluiten