is toegevoegd aan uw favorieten.

Geschriften.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

KONINGIN van NOORWEGEN. 245

lugt van de ongedwongen toonen haarer b'lijdfchap deed weergalmen; dan mengde zich Ildegerde te midden onder hen , en wel verre van door den glans der kroon de fchetfende vrolijkheid te verbannen , gaf zij aan eenen van de beste Vorlten (*j die in laatere eeuwen haar op den troon van Denemarken volgden , deze les — dat men ook fomtijds van eenen troon mag aflïijgen , om door een fchouwfpel, dat ons in de gulde dagen van Saturnus fchijnt te rug te voeren, zich voor bet minst een oogenblik te laten misleiden. De fchaare der jeugd keerde dan te mg, en riep luid, eei,Itemmig: — „ onze Koningin is een bemin-

neus waardige vrouw ! Zij verzagt den glans „ der rijks-kroon! "

Het naauw voifchend oog van Theodorik, dat haar, geheel liefde, geftadig volgde, ontging geene van haare volmaaktheden ; hij verlangde iederen morgen na den avond, die hem. weder ia haare armen voeren zoude.

Het

(*) Frtderik. II Koning van Denemarken, pleegde gewoonlijk te zeggen, wanneer hij fomtijds de lastige etiquette eens uit zijne gezelfcbappen wilde verbannen: — „ de Koning is niet te „ huis!" — En ter ftond gaf zich dan alles aan eene ongedwonge vreugde over. Doch zo dra Frederik uitriep: —— „ de Ko„ ning is terug gekomen! '* —. dan was het ganfche hof ook fee ftond weder binnen paaien der welvoegelijkheid en van een diepen eerbied.

Q 3