Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ia DE GRAAF VAN WALTRON,

WINTER.

Wat's dat!

Tegen de Officiers.

Ik korn

weêr zo ik kan. 'k Wensch u wel te vaaren. VY F D E T 0 0 N E E L.

WALTRON, PLAS; DE (JAGER, plaats neemende aan de tafel en daar zittende te leezen.

PLAS, tegen Waltron. Gy zyt waarlyk al te zorgvuldig, Mynheer.

WALTRON.

Denkt gy dat?

hoor, 'k zal my nader verklaaren.

Ik dien om de eer-alléén, en niet om voordeel of om vermeerdering van myn goed.

'k Heb ruimer beftaan dan een Overlte, die alleen van zyn gage leeven moet;

Buiten myn gage heb ik van myzelv' alle maanden honderd veertig pistoletten

Aan inkomen, 't Geluk heeft my mild gezegend; en my een graad hooger te zien zetten

Is voor my van veel minder belang dan de roem, dat ik zulks mogelyk verdien.

PLAS.

Uw gevoelens zullen my in al myn daaden ten richtfnoer verftrekken.

WALTRON.

Misfchien

Zult gy daardoor meer gerustheid fmaaken Maar

hoor eens, myn Vrind. Toen de Prins was in vryheid,

Vloog hy naar my toe, omhelsde en dankte my voor zyn redding met ongemaakte blyheid;

Toen

Sluiten