Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

( 17 5

Gebrek,, ■ Zwakheid , Berooving van Leden en van Zinnen zijn, buiten alle tegenfpraak, beklaagcns waardige onheilen. Maar, naar mijn inzien, worden zij .doorgaans te hoog bereekcnd. Meest al- bevrijd zijnde van ligchaamlijke fmart, beftaat derzelver nadeel daar in, dat zij ons van een grooter genoegen , van een grooter gerief beroovcn; lchoon ik veilig mag aanmerken, dat het geluk van gezonde zinnen en leden onder die goederen behoort, die wel genooten, doch, naar heure waarde, niet genoegzaam gekend worden. Het zij intusfchen verre van mij, te bewecren , dat derzelver benadeeling of verlies onverfchillig moet of kan zijn.. Neen: zulk een ver; lies veroorzaakt fmart, en wel met zeer veel reden. Doch deze fmart verdwijnt kort naderhand, even als alle andere pijnen. De droevige wordt bedaard en ftil; hij gewent zich aan zijnen toeftand, en, daar zijne ziel het verlies niet meer gevoelt, is hij even gelukkig, als te voren: want geluk en ongeluk beftaan enkel in de rust of de onrust der ziele.

En deze mijne ftelling wordt ook bevestigd door de dagelijkfche ondervinding. Overal ziet men blinden, lammen, dooven, ftommen, kreupelen en verminkten even leevendig en vergenoegd, als of hun niets het minde deerde.

Zij, die verminkt .geboren zijn, houden zich nog veel gemaklijker te vrede, daar zij van kindsbeen af aan hun ongeluk gewend zijn, terwijl de gebrekkigen van zintuigen zich geen eigenlijk denkbeeld van hunne vermeende ellende weten te vormen.

Indien het Land der Hinkenden van gellerT eens daadelijk bedond, dan immers zou aldaar het binken , hoe onaangenaam thans voor ons, en hoe ongelukkig naar den uiterlijken fchijn, geen onheil B zijn,

Sluiten