is toegevoegd aan uw favorieten.

Brieven over den oirsprong en de oogmerken van het kwaad.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 108 )

fchrijven, is de ftijl gedrongenar, fterker, meer afgebroken, beeldrijker, dan anders. Dit zijn daarom nog geene droomen van eenen kranken; men kan veeleer zeggen, het zijn hooger ingevingen. Alles volgt van zelfs uit elkander, zonder moeite; de ltroom vloeit dikwijls tegen wil en dank voord, en de bekommering, om zich te befchaadigen, kan denzelven niet tegenhouden. Dit heb ik bij herhaalde ondervinding; en één onzer geliefdfte Dichters heeft mij gezegd, dat hij één zijner beste Liederen in eene koorts gemaakt heeft. Had misfchien gellert niet de koorts , toen hij zijn verheven Lied: God is het voorwerp van mijn Lied: maakte? Het is zoo verheven , zoo geheel in den afgebroken hoogen toon van den Hymnus, zo ver van gellert's ge-; woone zwakke Gezangen, dat men 'er zich over moet verwonderen.

Dit alles is gecuzins de werking van onzen wil; deze kan daaraan zelfs geen verder deel hebben, dan het te billijken. Dit blijkt uit het ielen , 't welk zekerlijk maar een hooger graad van verbeelding is, dan die andere verfchijnfelen.

Ik meen dus regt te hebben, oio aan te nemen, dat de herinnering, of het weder voordbrengen der denkbeelden, niet is eene kracht, maar eene lijdelijke gefchiktheid, welke door de voorwerpen, uit kracht yan het verband der denkbeelden en begrippen, of door den omloop van het bloed, of door dezen of genen anderen ftoot, in beweging wordt gebragt,; en dat deze gefchiktheid niet ftaat onder het onmiddellijk beftuur van den wil, maar alleen in zoo verre van ons afhangt, als wij de uitwendige voorwerpen , of de bewegingen van ons bloed kunnen bepaalen.

Mes