is toegevoegd aan uw favorieten.

Olivia.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

242 OLIVIA.

vraagt om haar te zien ; men antwoordt hem dat zy in den tuin is, en dat Mynheer en Mevrouw hamilton ten bezoek op een nabuurig kasteel zyn. Hy betreedt het fpoor van haar, die hy aanbid; vindt haar in een boschje op eene bank van gras gezeeten. De plaats, de omftandigheid, alles brengt hem de gelukkige oogenblikken te binnen , die hy eertyds met haar, in een boschje aan zyne liefde gunftig, heeft geffeeten„ Och!" zegt hy, „ hou u niet beleedigd dat ik uwe eenzaamheid durf ftooren; maar fchenk vergiffenis aan eenen minnaar,, die „ zonder uniet kan leeven." Verflagen, ontHeld ftaat olivia op. Davenport wederhoudt haar; zy bedreigt hem met haaren haat, indien hy haar ooit op deeze wyze fpreekt. Hy laat af, en- zy verlaat hem haastlyk, om in haare kamer de wet te beweenen die zy hem oplag. Leunende op het venfter van haar vertrek, dat op het park uitzag, befchouwde zy davenport, die weder te paard fteeg, en droevig naar den heer becvar terug keerde.

De bleekheid van zyne verw, de wanhoop, die in alle zyne beweegingen fcheen uitgedrukt te zyn, verwekten in'het hart va»

oli-