Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 239 )

zij dan, dat ik het zelve zonder, of wel met grond gel00Ve en het is genoeg, zo ik mijne gedagten flegts niet met geweld aan anderen pooge op reuringen, of hen haate, wijl zij van mij in denkbeelden veifchillen ! Ieder moet voor zich zeiven weten, wat hem het leeven of den dood, kan dragelijk maaken , en weet hij het niet — wel nu ;^ dan behoort hij het te lcercn; en kan hij dit niet doen, wijl zijne gewaarwordingen en verbeelding, bij hem den meester fpcelen, als

dan blijft 'er voor eiken eerlijken Mede-christen niet over, dan dat hij den ongelukkigen beklaagt, of hem naar het lighaam gencsst, indien hij kan.

Ziet gij nu, wijfje! zo denk ik; cn deze wijze van denken bevalt mij ongemeen; doe dus ook eens uw best , om te zien, of deze u ook aanflaat, en of bet mogelijk is, dezelve ook aan te nemen. Ik dank mijnen Schepper. , dat' ik zulk een klos niet ben , als Irwing, die volftrekt geen gevoel heeft; dan, het is mij tevens ook zeer aangenaam , dat ik zo gevoelig niet zij , dan gij ; de menfehen worden meestal, of door hunne aandoeningen' , of door vooröorderien , of door de gewoonte , of door het verfland alleen beftierd. Dan, geen van deze allen zoude ik mij zeiven geheel en eeniglijk tot eenen leidsman kiezen; want in het einde voeren zij ons elk

in

Sluiten