Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Zo flechts de minfte blijk hem iets vermoeden decdt Van 't lot eens braven mans, gedrukt door felle rampen,

Verzachtte ftraks zijn hulp de kracht van 't woedend leed, En fterkte dus den arm die fchier bezweek in 't kampen.

Gelijk een zachte ftroom al de omgelegen ftreek Befproeit, bevrucht, en drenkt met rijkelijken zegen,

Dus vloeide uit zijnen fchat eene altijd milde beek, Der armen droeve fchaar verkwikkende allerwegen.

Zijn huis werd nooit ontzegd aan hun, die, vroom van hart, Schoon op verfcheiden wijz', de zelfde Godheid eeren.

Wie tot hem kwam, befchreid en afgepijnd van fmart, Mogt van zijn' dorpel nooit met wenende oogen keren.

Hij wachtte niet tot hem 't gerucht, misfchien te Iaat, Van een bedrukt gezin den bangen nood deed horen,

Maar gaf zijn' vrienden last, om zelf den droeven ftaat Van brave ellendigen zorgvuldig op te fporen.

't Was zijn beftendig doel, der armoê hulp te bicn; Zijn wensch, dat niemand ooit zijn weldaên mogt ontdekken.

Zijn vriendelijke disch, hoe kiesch en ruim voorzien, Kon, zonder dartle weelde, aan elk ten voorbeeld (trekken.

A 3 Zijn

Sluiten