Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

b £ R WONDEN» Ig

volgd van zeer veel ontfleking, eene groote dochtraage vèrettering, gelijk ook veeltijds, van verderving en ftuiptrekkingen.

§. 49. Haare algemeene behandeling beftaat, in het ontbreidclen van de randen der wonde, door infnijding; en het aanleggen van zeer zachte balzemachtige middelen op deeze, en van verflappende langs de gantfche uitgeftrektheid des beledigden deels; gepaard met de toediening van verdunnende, verkoelende, ontlastende en pijnftillende geneesmiddelen , herhaalde aderlaatingen, en eenen verkoelenden leefregel.

§. 50. De opruiming van vreemde zelfftandigheden in de wonde achtergebleven,of van losfe beenfplinters, gefteld dat dezelve zonder gevaar gefchieden kan, is daar bij zeer noodzaaklijk.

§. 51. Niet minder noodzaaklijk is het, altoos op zijne hoede te zijn tegen eene mogelijke bloedvliet; en zo dra de verettering fterk, de pols zwak wordt, een ruim gebruik te maaken van den koortsbast, en den Lijder van tijd tot tijd, eene kleine hoeveelheid van wèl voedende, doch niet verhittende fpijzen en dranken, te doen toedienen.

Sluiten