Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DERTIGSTE VOORSTEL.

Over mattheus v. vers 9. Zalig zyn de vreedzaamen; want zy zullen gods kinderen ge?iaamt worden.

U zy, o God! dees dag gewyd, Gy die een God des vredes zyt; Uw goede geest zy in ons midden, En geev' dat we u oprechtlylc bidden.

Vrede — is tot het geluk van menfehen, die met elkander in verbinding leven, geheel onontbeerelyk: neem uit een gezelfchap, het zy groot of klein, de vrede weg, aanftonds'vervangt elende, twist, wederzydfche haat derzelver plaats: fchenk aan een gezelfchap vrede, zo hebt gy deszelfs geluk gegrondvest: met de vrede zal vreugde er intreden en vermeerdering en rust zullen volgen: wat helpt het, wanneer lieden, die zaamenwoonen, ryk, gezond en overvloedig leeven, alles genieten wat zy wenfehen, zo zy geen vrede houden; wanneer geduurig de een des anders vreugde verbittert, en overlegt waarmede hy hem verdriet zal aandoen ? hoe zalig vlieten daar en tegen de dagen van anderen heen , die in hutten , onder daken van ftro woonen, maar vreedzaam met elkander leeven! liefderyk vereenigen zy hunne krachten, om hun gemeenfchaplyk geluk te bevorderen , en, door deeze vereeniging worden zy fterk, en verfchaffen zig ligtlyk alles wat zy tot hun onderhoud en genoegen noodig hebben; hunne lasten draagen zy vereenigd, en maaken ze daardoor ligt; hunne vergenoegingen genieten zy onderling en vergrooten ze op deeze wyze, en zo vergoeden zy, door vrede en wederzydfche hulp, al het overige wat hunne ryke broeders genieten en de Voorzienigheid hun ontzegd heeft: hoe veel elende huisvest er niet in een ftad, waar tweedragt heerscht, familiën tegen familiën aanftookt, en hun aanzet elkander het leeven onaangenaam te maaken, elkander te benadeelen en door lastering, verfmaading en procesfen te pynigen! en hce rasch bloeit niet weder eene andere ftad, hoe vermeerdert haare rykdom, hoe wasfehen de gezellige vreugden aan, waar vrede woont, den burger bezielt en aanzet om het gemeenfchaplyk welzyn te bevorderen.

Menfehen derhalven, die zig moeiten geeven, om in het gezelfchap der menfehen de vrede te onderhouden,

II. deel. D

Sluiten