Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Voorrede

VAN DEN

S C II R IJ V E R.

Diogenes zag eens de Bm'gers te Korinthe , met groote Krijgstoerustingen beezig, en om niet de eenige lediganger in den Staat te zijn, rolde hij zijne vreedzame Ton op en neder. Daar nu de Gefchiedenis niet vermeldt, dat het dwaalende woonhuis des Cijnikers, doof deze oefening gebroken is; zo toont Menage (*) zeer ftherpzinnig aan, op hoe veelei-lij wijzen , deze groote bewooner der Ton, dit kwaad had kunnen vóórkomen, — 77; bevinde mij, met D i o genes , in gelijke omftandighedén; alleen met dit onder fcheid, dat hij den Staat, uit enkel Eigenzinnigheid, niet dienen wilde; maar ik denzelven niet dienen kan. Hij relde met veele behoedzaamheid een houten Ton: ik daar tegen geef mijne kleine IVijsgeerige Schriften, aan de Drukpers, en van dezelve aan de PVaereld over.

De Inhoud der Brieven over de Aandoeningen, en de Bijvoegfels tot dezelven, beftaan in eenige Waarneemingen over de Natuur der gemengde Aandoeningen, die uit Vermaak en Ongenoegen te zamcngejleid zijn; als mede over de ontzaglijke kragt, met welke zij op de Ziel werken.

Zie B A i l e. Didhn. Art. Dhgcne, Bi * 3

Sluiten