Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

a

R. E I Z E

gen hunner harten, tot dat zij hunne vlugt genomen hebben door het huwelijk.

Te Maina kent men die ftreeken niet, welke elders dienen ter inleiding eener huwelijks-vereeniging, en welke, bijna altoos, de liefde begunftigen ten kosten van het huwelijk. Wanneer een jongman eene gezellinne gekozen heeft, geeft hij 'er zijne ouders kennis van, die haar ten huwelijk vraagen aan haare ouders: deze Hemmen in het verzoek, indien de jongman hun aanfhat. Men kondigt aan de dochter de keus aan, die men voor haar gedaan heeft, die dezelve bekrachtigt door haar zwijgen. Haar hart nog niet ontfloten hebbende voor de liefde, is het eerde voorwerp, het welk men haar aanbiedt, het eenige dat zich geheel meester maakt van haare genegenheid voor haar ganfche leven. Deze genegenheid vermeerdert, naarmaate van eene hinderpaal, overal elders onbekend. Zoo rasch het huwelijk beflooten is, wordt den jongman uitdruklijk verboden in 't huis te treden van de aanftaande, noch tot haar te fpreeken, dan op de voltrekking. Indien het gebeurde dat hij dit verbod overtreedde, zou het huwelijk verbroken zijn. Deze onthouding vermeerdert de liefde der jonge ondertrouwden, en het verlangen om zich verëenigd te zien.

De bruiloftsdog gekomen zijnde, komen de ouders der toekomende echtgenoten bijeen, die van

de

Sluiten