is toegevoegd aan uw favorieten.

Reize van Dimo en Nicolo Stephanopoli in Griekenland, in de jaaren 1797 en 1798.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in GRIEKENLAND.

97

Een vrouw die verfmaad wordt, vergeeft zulks niet. De kamermeid gedroeg zich ten mijnen opzichte als eene helfche razernij. Zij fpande met haaren meester fti'men, en verklaagde mij aan den Beij als een guit, die haar eer had zoeken te belagen. De Beij liet mij door twee zijner lieden grijpen; ik werd tegen den grond geworpen, mij werden twee honderd ftokilagen gegeven, en ik werd half dood weggefleept ver van het paleis. Door de hevige pijn was ik bezweken en als gevoelloos. Toen ik weder tot mij zeiven kwam; hemel! welk eene gewaarwording! vond ik mij beladen met kluisters, en onder eene hoop zieken , die geen ander geneesmiddel dan ftokfla^en ontvingen," en geen anderen geneesheer hadden dan beulen. Ons ganfche voedzel betond in een weinig bedorven brood en flegt water. Aldaar bragt ik drie maanden door in gefbufge angften, over dag met arbeiden en 's nachts met weenen.

Daarop verdubbelde eene treurige gebeurtenis mijn verdriet. De Beij had een rots doen klooven en 'er de gedaante van een zuil aan doen geven. De zu l was van eene verbazende zwaarte, om dezelve naar de ftad overtebrengen had men twee duizend gevangen Christenen bijeen gebragr. Ik was' onder dat getal. Door middel van handfpaaken en hef boomen moest men die zuil op eene zoort van wagen laaden; doch

II. deel. G in