Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

sxvr AANSPRAAK.

hoopig; dat er in ons niets is, of van ons verricht wordt, waar op wij de hoope der zalig, heid kunnen gronden; in tegendeel dat alles ons verwerpelijk doet zijn in de oogen van den vlekloos heiligen God. Ik ben overtuigd, dat onze zaligheid dan alleen mooglijk is, indien zij kan voortvloeijen uit de bron van de oneindige barmhartigheid Gods des Vaders; inindien zij gegrond kan zijn op de eeuwige gerechtigheid van Gods Zoon; en wij voor het genot daar van kunnen bekwaam gemaakt worden, door de Godlijke kracht des H Geest es. Dit zoo zijnde, gelijk de H. Schrift ons daar van ontdekking doet, aanbid ik het heerlijk ontwerp van den weg der Verlosfing, en ik wil er niets van afneemen, noch er iets bijvoegen. Ik zou niet wenfchen te flerven, en dat mijn geest tot God wederkeerde, dan in de volle overreding , dat ik in mij zeiven geheel verhoren was; doch ook, dat christus de eenige, de volkomene en getrouwe Zaligmaaker is. Ik ben overtuigd dat het mij geen fchuld zal zijn, dat ik te groot van Hem gedacht heb; maar, in tegendeel, ben ik overtuigd, dat ik nooit te groot van Hem kan denken. Ik zou in den dag, wanneer Hij komen zal, in de heerlijkheid zijnes Vaders, met zijne veel duizende Engelen om gerichte te houden, niet willen deelen in het lot van den Jood, die ,s Heilands belijdenis, dat Hij Gods Zoon was, en zich Gode gelijk /lelde, tot een

aan->

Sluiten