is toegevoegd aan je favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ttf VERKÈAARING van hst

verftaan word adam, wiens eigen naam i« mensch; en die bij uitneemendheid de mensch genaamd wordt: en dat dus jesus , als de andere mensch, de tweede adam zou worden aangeweezen; gelijk paulus Hem deezen naam geeft, en met den eerften adam in vergelijking brengt, Rom. V. 14—19. 1 Cor. XV: 45. Het komt ons echter niet waarfchijnlijk voor, dat jesus, wanneer Hij zich den Zoon des 'menfchen noemde, dit regelrecht hebbe op het oog gehad, offchoon wij het niet geheel willen uitgeflooten hebben.

Wij zijn van oordeel dat jesus, in het gebruik . van deeze benaaming doelt op eene of andere voorzegging, waar in de messias, als de Zoon des menfchen, voorkomt. Sommigen meenen, dat Hij het oog heeft op Pfalm VIH: alwaar de Dichter zegt vs. 5—7: wat is de mensch, dat gij zijner gedenkt? en de Zoon des menfchen, dat gij Hem be* zoekt? en hebt hem een weinig minder gemaakt dan de Engelen, en hebt Hem met eer en heerlijkheid gekroont? Gij doet Hem heerfchen over de werken uwer handen; Gif hebt alles onder zijne voeten gezet. Doch het Komt ens met anderen voor, dat de Dichter, door 'des menfchen zoon, niet anders bedoelt dan den gee. : nen, welken hij, in de gelijkftaande Helling, den mensch genoemd had, en dat hij zich hem vertegenwoordigd in zijnen vernederden en ellendigen toeftand, waar toe hij door de zonde vervallen is, en dan den ftaat van heerlijkheid en heerfchappij, waar toe hij door den Verlosfer, en in de naauwe vereeniging met Hem, overeenkomftig zijne eerfte beftemming, zal gebragt worden. Paulus toch past, in zijnen Brief aan de Hebreen, H. II: 5—10, deezen 'pfalm toe, niet op christus, maar op de mensch;

want