is toegevoegd aan je favorieten.

Geschied- en staatkundige verhandeling over het recht verstand der Unie van Utrecht met betrekking tot de heeren stadhouders van Holland en Zeeland.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

84 GESCHIED - en STAATKUNDIGE

Hier toe nu behoorde de macht om Sterkten en Forten te ftichten en te verfterken (24), midsgaders om de penningen door de Staten tot de kosten van den oorlog ingewilligd , te beheeren. Want wy hebben reeds gezien (25), dat , na de bewilliging der Staten in de gewoone of buitengewoone beden van den Graave, het beituur daarvan aan hem alleen, en, by zyn afwezen, aan den Stadhouder en het Hof van Holland, als zyne plaatsvervangers, toekwam.

Dusverre van het Militaire wezen , waarin, met betrekking tot de rechten van den Stadhouder willem L, niets veranderd, noch iets nieuws bygekomen is, maar alles gebleven op denzei ven voet als voorheen.

In de tweede plaats wordt hem opgedragen de bediening en bezorging der Juftitie, met byvoeging van deze bepaling „ van tvegens den Koning „ als Grave van Holland en Zeeland," ( en dit wel daarom, op dat de Staten niet fchynen mochten den Koning geheel te verlaten of aftezweeren ), na ingenomen advys 's Hofs van Holland , als kennis nemende van alle plaatfen en ingezetenen van Holland, Zeeland, en West-Friesland. In dezen werdt dus den Vorst niets nieuws toegewezen. Want ik heb reeds boven, bladz. 18, 19. aangetoond, dat de Stadhouders altyd

met

rige Lastbrieven overeenlïeminen, inzonderheid die, welke willem I. a. 1559. van philips ontvangen, en op welken hy dusverre alles by advys der Staten beftuurd hadt.

(2+) Zie p. paulüs, Unie van Utrecht. I. D. bladz. 325, 326. Idsinga, Staatsrecht. I. D. bladz. 68.

( 25 ) In het I. Hoofdd: Hetzelve hebben ook uitvoerig betoogd de Heeren van son en p. rendorp in hunne boven aangehaalde Academifihe Ferhandelingen.