is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUANGELIE van JOANNES. H. IV: 48. 229

waar over wij nimmer vinden, dat jesus iemand als ongeloovig, berispt heeft; maar veeleer daar over zijne goedkeuring betoonde. ~ Daarenboven begeerde de Hoveling geen teeken om te gelooven; hij. geloofde jesus magt en ontferming; want daarom kwam hij tot Hem, en vervolgens geloofde hij jesus woord, zonder nog eer.ig teeken gezien te hebben- derhalven kon er geen verwijt van volftrekt ongeloof tegen Hem vallen.

Men kan ook niet ftellen, dat jesus berispt hebbe, dat hij en de omftanders meer op de wonderwerken letteden, dan op de overeenkomst van zijne leer met die der Propheeten, en op de prediking van joannes den Dooper, welke hen reeds tot het geloof hadden moeten brengen; want hierbij moesten evenwel wonderwerken komen, als het blijk van zijne Godlijke zending, en het kenteeken van den messias; hierom dat jesus naderhand zegt, Hoofdd, XV: 24. Indien ik de werken onder hen niet gedaan had, die niemand anders gedaan heeft, zij hadden geen zonde.

Het zou dan moeten zijn de achterdocht, en traagheid om te gelooven, welke jesus in hun beftrafte, daar zij reeds de zekere berichten hadden van wonderwerken , die door Hem gedaan waren, en dit hun niet genoeg was, ten ware zij die met hunne eigene oogen zagen. Dus zou men moeten onderftellen, dat de Hoveling de geneezing van zijn zoon begeerde, om, in gevalle hij dezelve zag, als dan te zullen geloo.ven; doch ik twijfel zeer, of ook dit het bedoelde zij;'want — had jesus in Judea wonderen gedaan, bet' was zoo vreemd niet, dat de Galileërs begeeren verwachtten, dat Hij die ook ouder hen zou P 3 doea'