is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

n8 VERKLAARING van het

gen: die van dit brood eet, zal in eeuwigheid leeven, vs. 58.

Dit zijn leven nu verbindt Hij met zijne zending, of vergelijkt het daar mede, zeggende: gelijk mij de leevende Fader gezonden heeft, en, of, alzoó leeve ik door den Vader. Hij was tot het werk der verlosfing niet bekwaam* indien Hij niet was de Zoone Gods, en dus eene oneindige voortreflijkheid en kracht had; en wederom Hij kon voor zondaaren niet een oorzaak des levens zijn, indien Hij ook niet de betrekking van Godsgezant, of Verlosfer had aangenoomen.

Op grond dan, dat Hij was des Vaders Gezant, en des Vaders Zoon, kon Hij zeggen: die mij eet, zal leven door mij. Hij verwisfeit het gezegde van zijn vleesch te eeten en zijn bloed te drinken, met dat van Hem te eeten, om de Joden te doen begrijpen, dat Hij fprak van eene gemeenfchap aan zijn geheele Perfoon en niet aan zijn vleesch en bloed, in het afgetrokkene befchouwd, en dus ook niet aan Hem alleen, als geftorven, maar als den eeuwigleevenden Zoon des Vaders. Te leeven door Hem is hier, naar het geheele verband en oogmerk, te leeven door zijne kracht, waar door Hij, het leven verwekt hebbende, het zelve beftendig bewaart, onderhoudt, en tot volkomenheid brengt.

Letten wij nu verder op de famenvoeging, dan zou Hij, indien wij onze overzetting behouden, gelijk, mij de leevende Vader gezonden heeft, en ik leeve door den Vader, alzoo, die mij eet zal leeven door mij, een zekere overeenkomst Hellen, naamlijk deeze, dat de geioovigen leeven door Hem, gelijk Hij leeft door den Vader. Doch vertaalt men de

woor-