is toegevoegd aan je favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

soa VERKLAARING van het

dan een enkele vredewensch; Hij geeft niet alleen te kennen, wat Hij wenscht, maar wat ook zijn zou, daar Hij kon en zou daar ftellen het het geene Hij wilde dat zijn zou. Ook behoef ik niet te zeggen, dat het woord vrede in zijn mond, en toegezegd aan zijne Discipelen, van veel meer nadruk is dan in den gewoonen wensch: vrede zij U.

Maar de vraag is: hoe zijn tweeledig gezegde vrede laat ik u; mijnen vrede geef ik u, te onderfcheiden zij? Men zou het tweede kunnen aanmerken, als (trekkende ter bevestiging van het eerfte , en die herhaaling zou niet overtollig zijn, dewijl de Discipelen zich voorftelden, dat, indien Hij, de groote Vredevorst en Heilaanbrenger, van hun weg ging, dan al hunne hoope verdweenen zou zijn.

Nochtans komt het ons voor, dat hier een onderfcheid en opklimming plaats heeft, want eerst fpreekt Hij van vrede, dan met verheffing van zijnen vrede. Eerst zegt Hij vrede laate ik U; dan dat meer is: mijnen vrede geeve ik U. Hij verzekert hun dan eerst aangaande de beftendigheid van een voorrecht, dat zij reeds genooten, en dan van een nog grooter, dat zij te wachten hadden. En naardien Hij, bij dit (lot zijner troostrede, het oog blijkbaar heeft op het begin, herhaalende ftraks op dit gezegde de vermaaning, waar mede Hij ze had aangevangen, Uw lieder harte worde niet ontroerd , en de belofte, dat Hij wederom zou komen vs. c8. vergel. met vs* 2,3; zoo fpreekt Hij hier ook met betrekking op de vermaaning , die Hij er toen bijvoegde: Gijlieden gelooft in God, gelooft ook in mij. In zoo verre zij nu in God geloofden, hadden zij reeds vrede, en wanneer zij voorts in Hem geloofden, zouden zij ook zijnen vrede genieten.

On-