is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

232 VERKLAARING van het

den Zoon des leevendigen Gods, en daar van in bet onmiddelijk voorgaande gefprek zijnen Discipelen nog nadere troostrijke verzekeringen gedaan. Als zoodanig aangemerkt, was Hij ook het hoofd en levensbeginfel der zijnen 5 doch hier van hadden zij nog weinig begrip, waarom Hij ook desaangaande hen nader wil onderrichten, en verklaart dan, dat Hij als de christus, de Zoon des leevendigen Gods, was de waare wijnftok. Hij heeft toch het leven en alle genade niet in zich, dan in zoo verre Hij de Zoon des leevendigen Gods is, God met den Vader. Nochtans heeft Hij het niet ter mededeeling aan zondaars, dan in zoo verre Hij ook de Borg en Middelaar, de christus is ; alle de volheid der genade woont in Hem voor hun, gelijk in Hem de volheid der Godheid woont, Coll. I: 19. II: 6; en Hij is even zoo de wijnftok, als Hij het Hoofd der gemeente is, welke zijn lichaam is, en de vervulling van Hem, die alles in allen vervult, Eph. I: 22, 23; zullende nu zich in den dood overgeeven , en daar uit opftaan en verhoogd worden, om in kracht een oorzaak van leven en van alle heil te zijn, en het Hoofd en de Heer der Kerke.

Hij zegt dan met reden: Ik ben de waare wijnftok. Verfcheidene overeenkomften zou men hier kunnen •vinden; doch wij hebben die in acht te neemen, die terftond onder het oog vallen, en Hij zelf, In de toe. pasfing van dit zinnebeeld, vervolgens op zich overbrengt : Naamlyk — zijn de wijnftok en de ranken met eikanderen naauw vereenigd, zoodat zij een geheel uitmaaken; er is tusfchen Hem en de zijnen de naauwfte vereeniging : Deeze vereeniging wordt onder verfcheidene en geiijkzoortige zinnebeelden in de

Ha