Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUANGELIE van JOANNES. H. XV: 2. ' 23$

maar wij moeten ons voorftellen een geheele affchei. ding voor altoos , door een ftraffende hand Gods, waar door zij, die befchouwd werden, als met chris» tus, den 'wijnftok, vereenigd, nu voor altoos van de genade en zaligheid, die in Hem is, zouden uitgenooten worden. Dit zou de verwachting zijn van allen, die immer het geloof verloochenden; en men zou het, op een treffende wijze, zien in het oordeel, dat eerlang over de Joden komen zou, die op den christus gehoopt, en Hem daar voor erkend, maar toen Hij hunne vooroordeelen en vleeschlijke neigingen tegenging, Hem verworpen hadden. Dft oordeel heeft jesus, naar het ons toefchijnt, bijzonder op het oog. Dit oordeel had de Dooper reeds bedreigd aan de Joden, die tot zijnen Doop kwamen, en geen vruchten des geloofs en der bekeering waardig zouden voortbrengen, onder een gelijkfoortig zinnebeeld van een boom, die, geen vrucht draagende, uitgehouwen, en in het vuur geworpen wordt, Matth. III: 7—10. Jesus had er nog zeer onlangs van gefprooken, en daar uit op volharding aangedrongen, Matth. XXIV: 10—13; en het is vervolgens door de Apostelen meermaal bedreigd; onder anderen, Hehr. VI: 4—8, en X: 26—31; welke beide plaatfen hier bijzonder tot opheldering dienen kunnen, zoo wegens de overeenkomst der bedreiging, als wegens het oogmerk daar bij, om, naamlijk, tot volharding aantezetten. Een oordeel, dat van het een. wig verderf zou achtervolgd worden.

Geheel anders zou het gelegen zijn met de ranken,, die vrucht draagen, of met hun, die, in Hem blijvende , vruchten der gerechtigheid voortbragten.

Deezen zou zijn Vader, als de Landman, reinigen,

Sluiten