is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

448 VER KLAARING van méï

Zoone Gods, en wel in die kracht, dat Hij Heiri omfchrijft als het affchijnfel van Gods heerlijkheid, en het uitgedrukte beeld van zijne zelfftandigheid; en laat volgen: en zoo veel treflijker geworden dan de Engelen, als Hij uitneemender naam boven hen geërfd heeft; want tot wien van de Engelen heeft Hij ooit gezegd: gij zijt mijn Zoon, heden heb ik u gegenereerd? Hebr. I: 3—5. Gelijk Hij ook, 2 Cor. VIII; 9, zegt: dat jesus , daar Hij rijk was, arm geworden is , en Philipp. II, dat Hij, in de geflaltenis Gods zijnde, het zich geen roof geacht heeft,Gode even gelijk te zijn, maar ziek zelven heeft vernietigd, de geflaltenis eenes dienst* knechts aangenoomen hebbende enz. Jesus dan begeert. als het vleesch geworden Woord, of de Godmensch, die heerlijkheid, of die ervaaring van des Vaders liefde te hebben, die Hij, als Gods Zoon, had, eer de waereld was; deeze moest Hij, op aarde gekomen zijnde,onder de wet, en dus onder den vloek, misfen, en kon der. hal ven begeeren, dat, wanneer Hij aan het recht der wet voldaan had, de Vader Hem verheerlijkte, met de heerlijkheid, die Hij bij Hem had, eer de waereld was.

Daarom zegt Hij dan ook: Ik heb u verheerlijkt op aarde; ik heb voleindigd het werk, dat gij mij gegeeven hebt om te doen; en laat hier op de bede volgen :..£« nu, gij, Vader! verheerlijk mij enz. Het woordje nu drukt hier geen tijd uit; maar wijst aan eene gevolgtrekking, gelijk meermaalen, H. VIII: 40. XVIII: 36. 1 Joann, II: 28.

Na deeze bede gaat nu Hij over, om ook de belangen der zijnen voor te draagen. Hij bidt eerst om het geene zij, naar hunnen ftaat in deeze waereld, noodig hadden, vs. 6—23; dan om het genot van

heer-