is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUANGELIE van JOANNES. H. XVII. 6-8. 449"

heerlijkheid voor hun, na dit leven, vs. 24. In beidé deeze beden heeft Hij het oog en op zijne elf Discipelen, en op allen, die door hun woord in Hem gelooven zouden.

In de bede voor de eerstgemelden, laat Hij voorafgaan eene omfchrijving zoo van hun zedelijken toeftand, vs. 6—10, als van de uitwendige zorglijke omftandigheden , waarin zij zich eerlang zouden be* vinden , Vs. 11^ Hij wilde daar mede de reden aanwijzen, waarom Hij voor hun bad, en het geene Hij begeerde, met vrijmoedigheid voor hun begeeren mogt.

Ten opzichte van hun zedelijken toeftand verklaart Hij, hoe Hij aan hun heil gearbeid had, en met wat vrucht, vs. 6—8.

vs, 6. Ik heb uwen naam geopenbaard den menfchen, die gij mij uit de waereld gegeeven hebt. Zij wsrett uwen, en gij hebt mij dezelve gegeeven, en zij hebben uw woord bewaard. 7. Nu hebben zij bekend, dat alles, wat gij mij gegeeven hebt, van u is. 8. Want de woorden, die gij mij gegeeven hebt, heb ik hun gegeeven, en zij hebben ze ontvangen, en zij hebben waarlijk bekend, dat ik van u uitgegaan ben, en hebben geloofd, dat gij mij gezonden hebt.

Door de geenen, die de Vader Hem uit de waereld ^ gegeeven had, bedoelt Hij blijkbaar hen, die zijn onderwijs genooten, en in Hem geloofd hadden. Maar of Hij die allen bedoelt, dan alleen zijn elf Discipelen, kan eenigzins bedenkelijk voorkomen. Voor het eerfte fchijnt te pleiten, dat Hij hier, en Vervolgens tot het iofc vs., niets meldt, of het ïs

V. deel. Ff °*