is toegevoegd aan uw favorieten.

Over het euangelie van Joannes.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

EUANGELIE van JOANNES. H. XVII: 6-8. 453

wijl Hij met hun een eeuwig verbond zou oprichten, zijne wetten in hun hart fchrijven, en hen in de waare rust inleiden.

Dit alles had jesus geopenbaard, dat is, naar de beteekenis van het woord, in het licht gefield, dat het zichtbaar, of kenbaar was geworden, door een duidelijk onderwijs , terwijl door zijne werken des Vaders heerlijkheid insgelijks was ontdekt. Die openbaaring was voor de geenen, die Hem gegeeven waren, ook van een heilzaam gevolg geweest; zoo dat hun verftand was verlicht geworden, en hun wil geneigd , om de liefde der waarheid aan te neemen, om zalig te worden; gelijk zij dan ook den heilrijken invloed van zijne ieer hadden ondervonden. Hierom, dat Hij zich verheugde in den Geest, en zeide : Ik danke u, Vader, Heere des hemels en der aarde! dat gij deeze dingen den wijzen en verjlandigen verborgen hebt, en hebt ze den kinderkens geopenbaard. Ja, Vader! want alzoo is geweest het welbehagen voor u. En dit was gefchied door Hem, den Zoon; waarom Hij er bijvoegt: En niemand kent den Zoon, dan de Vader, en niemand kent den Vader, dan de Zoon, en dien het de Zoon wil openbaaren, Matth. XI: 25—27.

Maar behalven dit, daar Hij hier fpreekt met betrekking tot zijn elf Discipelen , die Hem, in den nadrukMjkden zin, gegeeven waren, en toegevoegd, om geheel te zijn onder zijn bijzonder opzicht en beduur, en dus uit te maaken het beginfel van een eigenlijk gezegde Christelijke Kerk; terwijl anderen, die in Hem geloofden , nog waren en bleeven onder het beduur van de opzieners der Joodfche Kerk, en die Elven ook gefchikt waren, om eens zijne gezanten te zijn;

F f 3 zoo