Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

SH

VERK.LAARING van het

wij nu zien door eenen fpiegel, als in een duistere rede, en maar ten deele kennen, i Cor. XIII. Daarenboven is er nog in de geloovigen een verfland des vleefches, en ongeloof, dat hen benevel:; waarom zij verlangen, eens de heerlijkheid van christus te aanfchouwen ; het geene zij ook moogen verwachten , en Hij voor hun begeert.

Hoe het nu daar mede gelegen zal zijn, kunnen wij, uit vergelijking van het gezegde, eenigzins opmaaken. Foor eerst, die zelfde heerlijkheid, die hier door het Euangelie wierd bekend gemaakt, zal in den hemel zichtbaar en luisterrijk aan alle de gezaligden geopenbaard worden; zij zullen Hem zien, met eer en heerlijkheid gekroond, en omringd van de tienmaal tienduizenden Engelen. Ten tweeden, wierd hier hun verfland met Godlijk licht beftraald, om zijne heerliikheid in het geloof te erkennen, dan zal niet alleen hun natuurlijk geestvermoogen tot een hoo« gen trap verheven en volmaakt zijn, maar ook hun geestlijk licht dermaate vermeerderd, dat zij vatbaar voor het aanfchouwen van dezelve zijn zullen. Hun eindig verfland zal wel nooit de verborgenheid Gods des Vaders en van christus doorgronden; maaralle verkeerde en rwijifelachtige bevattingen zullen dan geweeken zijn. Hunne kennis van christus heerlijkheid , en in Hem van Gods deugden, wegen, en werken , zal meer uitgebreid, klaarder en volkomener zijn, en hunne overreeding, desaangaande, meer gegrond zijn; waarom de kennis, en wel van den ZooHe Gods, onder de voorrechten van het zalig leeven gefteld wordt ,Eph. IV: 13. Ten der der., heeft de geloofserkentenis van 's Heilands heerlijkheid zoo veele gezegende uitwerkingen, gelijk wij getoond hebben, geea mindere zal het aanfchouwen van dezelve in den hemel

Sluiten