Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 AANTEKENINGEN, enz.

vilegie van Hertoch Albrecht van Beyeren, den poorter defer f lede vergunt. Ziet hier van met meerderen van den Berg Nederl. advysb. 2. deel conf. 9. bladz. 25. Het privilege van Albrecht Hertog van Beyeren en Grave van Holland, waar van alhier word gefproken, is van den jaare 1387.

en luidt aldus: . . Dat de Officiers om gheene delicten

ofte feyten, die een poorter van Amflerdam geperpetreert ende gedaan mogt hebben, geen poorter vermagh te gyfelen, vangen noch bekommeren, noch ook hinder doen aan lyf, noch aan goed; foo verre hy fuffifantelyk kan caveeren, tot discretie van Schepenen, dat hy recht fal verbeyden van het geene de Officiers op hem fouden mogen hebben te pretendeereh', uytgefeydt moord, brand, vrouwe-kragt, raeroof, indien een poorter hem gewapender hand flelde teghens de Ilooge Overheyt; indien poorter misdede binnen den Raefloot van Reygersbroek ter ouder Amflel en onfe konynen in Goylant. Op dezelve manier heeft Willem Grave van Hollant op den 24 Maart 1404. aan die van Kennemerhnd vergunt: Dat men niemant vangen, binden, noch fyn goed beneemen en fal, nog luyden in haar goeden fetten, al foo verre als hy borche heeft te fetten voor lyf ende goedt, waar dat men hem aanfpreeken woude aan fyn lyf, ende hadde hy desgelyk borche te fette van goede, woude men hem aanfpreken van goede. Ibid. bladz. iig.

De Richter fchuldig is den gevangen ten minflen onder cautie de judicio fifli te ontflaan. Ziet hier Matth. de crimin. lib. 48. tit. 20. cap. 3. num. 3. en dit obtineert ook ia Gelderland, immers in het Quartier en Stad van Nymegen, als te fien in het Landr. der iv. boven ampt. tit. 34. art. 3. en 4. Stadr. van Nymegen tit. van crimineele faeken art. 6.

- • I. derde

Sluiten