Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

22 Liebman,

zy, dan haar minnaar die haar aanbid; ja! ik: zal gewis haar minnaar zyn ; ik zal altoos by haar weezen. Ach! wat zal het my een ver-: maak zyn haar de eerfte woordjes te hooren uitzamelen ! myn naam zal de eerfte zyn, dien zy> noemen zal; zy zal haare zwakke treden het eerft te mywaarts wenden: my te beminnen zal haar eerfte gevoelen zyn; en, zou zy my niet beminnen , daar ik haare geringfte wenfchen zelve zal voorkomen, en haar teffens als myne Godin aanbidden! Ik voegde dagelyks nieuwe Ichikkingen by myn ontwerp , en rekende my ook dagelyks gelukkiger^

Ik verliet nimmer het vertrek, dat het voorwerp myner liefde en zorgen in zich befloot; Ik hield dat voor mynen grootften fchat, geen gierigaart heeft immer den zynen met meerder waakzaamheid en zorg gade géflagen. Myne oogen waren onophoudelyk op Am el Ia geveftigd; ik lette op haar eerfte lonk je, op haar eerfte glimlachje; myne liefde fcheen die aan de moederliefde zelfs tebetwiften de fchoonheid van dit beminlyk fchepfeltje fcheen my ieder oogertblik toe te neemen en zich meer' en meer te ontwikkelen. Welk eene blydfchap trof myne ziel, toen ik haar voor de eerftemaal mynen naam hoorde uitftamelen! Ja, lieve Amelh, zeide

ik,

Sluiten