is toegevoegd aan uw favorieten.

Zedelyke verhaalen.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

188

R O S a l i ë

plicht zulks vorderde: maar haare zwakheid be hout de overhand ; zy kon niets weigeren 't geen haar door Montalmakt wierd aangeboden ; eene onwillige aandoening vermeestert haare zinnen , en deeze onvoorzichtigheid was de eerfte ftap tot haar verderf.

Weder t'huis gekomen, was Mejuffer Domerval ten hoogften begeerig om haare nieuwsgierigheid te voldoen; zy opent het boek; het wasdeTooneelpoëzy van Racine, zobekoorlyk voor het hart en den geest ! zy doorloopt denzelven, en befpeurt dat 'er by zekere plaats met voordacht een teken gefield was; hier llaat zy gretiglyk haare oo^en op : en vind 'er de hefdeverlJaaring van Hippolytüs dat meesterftuk van fmaak en kiesheid. Dus luiden deeze verzen: (volgens de vertaaling van den Heer P. J. Uilenbroek.)

Ik, die, fteeds tegen haar C) gekant met alle kracht, Zo lang de kluisters van haar flaaven heb veracht; Ik, die den fterv'üng zag door zwakheid fcbipbreuk Jyden ,

Steeds willende aaa het ftrand den feilen ftorm vermyden,

Nu

CO De Liefde.