Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

êsne Ekgplsche Geschiedenis, 3!

lyk te treeden; bezat zy niet alles, dat ik begeeren kon? zy was fchoon, deugdzaam, en aandoenlyk ; welk een wellust was het voor myne ziel, dit ik in daat was die rykdommen, weiken ik enkel aan het geval te danken heb, haar aan te bieden! zy alleen bezat de waare fchatten, Ach! Nellv; Nelly! fchoon ik over de geheeie waereld kon befchikken, dan zou dit gefchenk, wanneer ik het u aanbood, nog veel geringer zyn dan uwe verdienden!

Ik achtte my thans den gélukkigften der menfchen; het was my eelukt aHe de tegenwerpingen van Mevrouw R1 v e rs te wederleggen; zy had my voorgefteld, dat onze ver. moogens te zeer verfchiHcnde waren, en dat dezelven derhalven eene onvèrzetteïyke hinderpaal zouden zyn tusfchen haare dochter en my. Ikdelde haar gerust; ik haalde haar over; de waarheid en de aandoenlykheid.hebben een groot vermoogen op het hart der menfchen ! Kortom , Nell y had de goedheid van, met bewilliging van haare moeder, myn voordel aan te hooren ; zy vergunde my haar myn,. hefde te verklaaren Ach! myn vriend! welk tene verrukking van blyafchap gevoelde ik , s toen

Sluiten