is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tweede boek. 85

Zij verheugde zich voords met hun, tot dat het avondrood door het groene voordak begon te fchijnen.

Dafnis moest nu heengaan; „ Ga," zeide de moeder, „ ga, cn zeg uwen „ vader, dat ik de gelukkigfte van alle „ moeders ben." Fillis ging met hem uit de hut, en geleidde hem tot aan den oever. „ Dafnis! " zeide ze toen , daar ze hem met hare tedere armen omhelsde ï „ nog drie dagen, dan zal Hymen ons „ vcreenigen ; hoe gelukkig zullen we „ zijn! Wat kan bij ons geluk halen, „ Dafnis ? hoe wil ons leven voorbij „ vlieten ! " „ Ach Fillis ! " zeide hij, haar op het tederst omarmende, ,, het „ zal gelijk eene altoosduurende lente we» „ zen," „ja," zeide zij, gelijk deze

beek zal het heenvloeien, die hier door „ deze bloemen voordglijdt; dan, mijn ,, lieffte ! men ziet ook hier en daar dis„ telen en doornbosfehen , langs haren „ kant, wasfen, die lente zal ook door „ donkere dagen fomwijl afgewisfekl wor« „ den. Maar, als wij flegts deugdzaam „ zijn , mijn lieffte ! dan zullen de door-

nen zelfs voor mij rozen dragen, dan D 7 „ zul-