Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

*4

fcy KAS EN MILON.

ken ontbladeren, en het gras affcheren. Dit, o Amarillis, dit alles gaven mij de Goden, en gij beminnen mij, omdat ik deugdzaam ben. Wilt gij, o wilt gij mij ook beminnen , gelijk de Goden om* * dat ik deugdzaam ben.

Zoo zongen de herders en Menalkas zeide :

Wien zal ik den prijs toededen, gij fchoone zangers ? Uwe liederen zijn zoet als honig; zij vloeien lieflijk, gelijk deze beek ; zij verrukken gelijk een kuscli van rozenkleurige lippen. Lykas, neem gij het zwartgevlekte rund, en geef Milon de geit met hare jongen.

AMIJN-

Sluiten