is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE UITVINDING

toonen van zijn fnaren eenftemmig te begeleiden. Maar men zegt , dat hij lang te vergeefseh gczogt hcbbe, en dat vele toonen niet met haar gezang hebben willen inftemmen. Doch dat hem een God in het woud verfchenen zij , die de fnaren van zijne lier harmoniesch fchikte , en hem zijne liederen voorfpcelde. Bij elk morgenrood zogt hij toen het meisje in 't woud , en leerde nieuwe liederen, en ging dm aan de bron te rugge , om die op zijne lier na te fpelen.

In eenen fchoonen morgen zat het meisje in 't woud: met bloemen gekransd zat zij daar en zong „ wees gegroet, lieflijke zon , „ die nog van achter de bergen opftijgt, „ uwe ftralen beglanzen reeds de kruinen „ der boomen, op de hoogc heuvelen, en „ de vederen der Iceuwrikken, daar zij t, fteil in de hoogte klimmen. U zingen de „ vogelen des hemels te gemoete en — " Hier zweeg zij, en zij keek opmerkzaam in het ronde. „ Wat aangename ftem ver. i, mengt zich met mijn gezang," zoo riep f*j verbaasd, „ zij verzeil eiken toon van „ mijn gezang • waar zijt gij? waarom „ zwijgt gij ? zing, aangename flemme •

„ Zijï