is toegevoegd aan uw favorieten.

Werken.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

LIEFDE. - 9

„ ftruiken onder de rots ontwringt, daar „ daar die denneboom op de rots ftaat! „ Onverhoord, altoos onverhoord, een ge„ heel jaar lang , ftond ik halve nachten „ voor haar hol om haar mijne pijn te » kIa°en' Ik ftond daar onverhoord te „ zuchten en te jammeren. Of ik blies „ tot haar vermaak op mijne ruischpijp, „ of ik zong haar een aandoenlijk lied ,> van mijne liefde, zoo dat zelfs de „ rotfen zouden hebben mogen weenen. ,, Maar altijd onverhoord.

„ Dat lied mocht ik gaern hooren ** fprak de Faunus.

„ Zou ik dat voor u niet zingen '» riep de Satyr. „ Het is het beste dat ik „ mijn ganfche leven gemaakt hebbe '» Toen begon hij zijn lied te zingen.

» O Gij, fchoonfte Godin; want bij u *> is Venus een gemeene vrou! Zult gij „ mijne liefde altijd onverhoord laten? | altijd doof zijn voor mijne klagten, s, gelijk deze fteen, op welken ik zit? 1 Och ik ellendige, zal ik altijd te ver1 geefsch voor » hol pijpen, en zingen, I en kermen, en klagen, op den heeteu , middag, en in den kouden nacht. Zoo

III. DEEL. t?

^ 5, gij