Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

10 C» KERBERT, VERH. OVER DE AANWIJZING S. 6*

AANWIJZ1NG BIJ DE NAVELBREUK.

Volgends de kentekenen deezer breuk (g), moet men den lijder plaatzen op den rug, met een vo^rwaards geboogen ligchaam; in deeze ftand tracht men de breuk naar binnen te brengen, door eene drukking , welke regt binnen, waards naar de ruggegraat gericht is.

De breuk binnen gebragt hebbende, moet men de wederuitzakking door een' gefcnikten band trachten te voorkomen, en indien deeze breuk zoo groot zijn mogt, dat men dezelve niet bin« nen konde brengen, moet men, om de vergrooting daarvan, en tot gemak des lijders, dezelve door een' fchortband onderrteunen.

Bij kinderen vind men veelmaalen deeze zoort van breuk, en is de behandeling op deeze wijze: heeft men de breuk naar binnen gebragt , zoo maakt men gebruik van een gefneeden kurken bolletje, van gedaante als eene ouderwetfche roksknoop : met de platte zijde aan eene fpeld geftooken, doopt men hetzelve vijf & zes maaien in gefmolten wasch; dan legt men het koud met de bolle zijde op de breuk, en men verzekert het-.

(g) Verhandeling over de kentekenen van den aart est verfcheidenheid der breuken, bl. 149.

Sluiten