Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

xxxvï. VOO R B E R ï C II T.

„ Wy vinden daarin eene flerke vertroosting, dat ,. het noch aan Priestley, noch aan iemand anders, „ ooit gelukken zal, om te komen bewyzen, dat de

grondwaarheden, welke onze Kerk geloovt en be* „ lydt, verbasterd zyn; zo lang dezelve met de Leere „ der Profee;en en Apostelen zo naauwkeurig overeenn flemmen : vertrouwende dat alLn, die den eeuwig „ roemwaardigen Zaligmaakcr, volgends het eenpaarïg „ Bybelgetuigevis , als God boven al in eeuwigheid te „ pryzen, oprechtlyk aanbidden, hunne knien zo veel „ ootmoediger voor hem zullen buigen, als hy van an„ deren in zyne hooge waardigheid fouter gehoond „ en gelafierd wordt.

Hy nu, die machtig is, meer dan overvloedig te deen, hoven V geen wy bidden of denken, ovtferme zich, in deeze konmierocl'e dagen, over het zuchtend Vaderland; en gebiede Zions ver los fing !

Hy befraaie het Genootfchap, tot verdediging der voornaamfle waarheden van het Cbrifiendom tegen hedendaagfche Beflryders,in 'sGranvenbaage opgericht, met zyn licht en heil; en'kroone den arbeid van het zegevierend Driemanfchap met genade en eer el

En och of God aan den verdwaalden Priestley en aan anderen,die met hem, of door zyne fchriften, van het rechte fpoor zyn afgetrokken, eene fpoedige en oprechte bekeering gave, tot erkentenis der waarheid!

Hem zy de heerlykheid in de Gemeente, door Jefus Chriflus, in alle geftachten, tot alle eeuwigheid! A M E N.

Sluiten