Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

66 TWEEDE

gemoed een ander met verachting en verfmading groot, lyks verongelykt) booze ooge, lasteringe , hoovaardys , onverftand. Alle deze booze dingen komen voort van binnen, ende ontreinigen den menfche. De Heiland, ten eerften , fpreekt hier van de inklevende verdorvenheid , waar uic de dadelyke zonden voordvloeien : dat blykt daar uit, dat alle zonden hier vermeld afgeleid worden uit 's menfehen verdorven hart: het is toch tegenftrydig, dat over/pelen , enz. uit een goed en zuiver hart zouden voordkomen : ten tweeden, de Heiland noemt hier wel niet alle zonden op; maar hy noemt over 't geheel zwaarer zonden, om zoo te fterker de diepe verdorvenheid van 's menfehen hart te vertoonen: ten derden, bet oogmerk van Jefus is niet om te leeren, dat allen met de daad zich fchuidig maken aan dezelfde misdaden, en op dezelfde wyze en in den zelfden trap ; maar, dat 'er in alle menfehen een wortel is van alle die zonden, eene gefteldheid en neiging tot dezelve; zoo dat niemand zeggen kan, ik ben gebalfemd voor die of die zonde, die zou in my niet kunnen vallen: ten vierden, de Zaligmaker fpreekt onbepaald van den menfche, van 't herte der menfehen; niemand is hier uitgefloten: fprak de Heiland hier maar van godlooze menfehen, dit voorftel zou in 'c geheel di Farizeën, die by zich zei ven regt. vaardig waren, en anderen niets achtten, niet geraakt, en dus geheel geen doel getroffen hebben, gelyk men uit het verband zien kan.

De Heilige Schrift leert dan overal de oorfprongly-

Sluiten