is toegevoegd aan uw favorieten.

Lessen over de geschiedkunde en algemeene staatkunde.

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

2t6 Lmm itu tis xv.

het violetkleurige purper drie ponden tien fchellingen en elf penningen ; en de dubbelde verw van Tyrus konde bezwaarlijk voor vijfendertig ponden negen fchellingen en vijf oortjes het pond gekocht worden. Daar moet insgelijks groot onderfcheid in de fijnte der wolle en gevolglijk in den prijs van dezelve geweest zijn. Want een Romeinsch pond Paduafche wolle, de fijnfte van alle , gold (fchoon zy dan indedaad hoog in prijs was) honderd nummi, volgends welken prijs het Engelfche pond troijsgewicht op zeventien fchellingen, acht penningen en drie oortjes zoude aankomen. (*)

Wijn fchijnt te Rome altijd goedkoop geweest te zijn, daar de gemeene zoort, volgends Coiumella, op acht ponden de ton te ftaan kwam.

In de eerfte tyden van Rome was de prijs van een goed kalf vijfentwintig afen, dat is eene fchelling zeven en drie achtfte penningen ; de prijs van een fchaap een denarius of acht penningen , en de prijs van een os tienmaal zo veel. Deze artikelen haalt Arbuthnot aan uit Plinius, die buiten twijffel reefcening maakt op de verandering in de munt; anderszins moeten dezelve veel dierer geweest zijn, dan wy in de vroegfte tyden van het gemeenebest redelyker wyze kunnen

_ O Verstaa overal Engelfche fchellingen, fluivers en o»rtln, of vierden van dien duiver.