Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

512 AANMERKINGEN*

nifch op het papier door middel van den pasfer volbragd worden, aldus, opent den pasfer met de Wydte van AB, zet de eene punt in C en haalt een cirkelboogje, dit boogje fnyt de linie CD in G en dus is CG het begeerde ftuk.

En of fchoon dit mede geen begeerte voldoat, zoo is het egter in het gebruik voldoende.

OP DE V. PROP. DES P. BOEK.

Daar zyn Schryvers, welke het tweede Iit van dit voorftel geheel en al uitlaaten , om dat het, zeggen zy, in het vervolg niet gebruikt wort: maar al was dit al eens zöo, mogen de aanvangeren dan niet weeten, „ dat de hoeken onder den „ bafis van een gelykbeenige driehoek aan ellcan„ der gelyk zyn". Is de kennis van dit leerftuk,, waai- van Thales voor de uitvinder gehouden wort, op zig zelve genoomen, geheel en al onnut? Euclides, die het zelve te boek gefteld heeft, heeft egter gewild, dat men het wift, en mag men zoo willekeurig met een Autheur handelen? Verders zeggen zy, „ in dien men de 13° Prop. des 1' B. „ als beweezen aanneemt, volgt het tweede lid

van zelvs", dit is waar, maar om iets te bewyzen door iets, dat zelvs nog niet beweezen is, is een ganfch nieuwe manier van bewyzen, diea zoo als ik vertrouw, weinige zal fmaakcn, ten minfte geen goede Euclideaanen.

OP DE VIP. PROP. DES K BOEK.

Daar zyn 'er, die dit voorftel geheel en al agter wegen gelaaten hebben, om dat zy oordeelden, datEuclide^ die nergens anders om te boek gefteld he-ft, dan om het volgende 8° voorftel te bewyzen, het geene zy aantoonen, dat zonder 4it 7° kan gefchieden. Waarlyk eca ganfch kin-

Sluiten