Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

AANMERKINGEN. 513

deragtige rede , waarom ik van die gedagte niet ben, maar wel, dat dit voorftel zyn eige en byzondere nuttigheid heeft , cn toepasfelyk moet gemaakt worden op den driehoeli; Euclides heeft dit voordel algemeen gedaan , gelyk hy méérmaalea doer, en heeft willen hebben, dat men daar uit afléidë, „ dat op een zelve zyde van een „ en dezelfde linie geen twee driehoeken kun„ nen befchreêven worden, die gelykhoekig en „ malkander gelyk zyn.

O? DE IXe. PR.0?. DES F. BOEK.

Euclides leert hier, om een regtl:hoek in tweëngelyk te deelen, en waar uit afgeleid is om een regtl: hoek in 4,-8, 16, 32 gelyke deelen enz. te deelen : maar om een hoek in 3 of andere gelyke deelen te fcheiden, zulks kan door geen regte linien gedaan worden. Veele hebben zig wel dé moeite gegeeven, om daar toe te geraaken, do" te vergeefs , en kan niet gefchieden dan doot de hooge Meetkunde. Egter kan zulks tot het gebruik genoeg Mechanifeh verrigt worden aldus. (Fig. 356. Tab. XXVI.)

Haal na welgevallen een cirkelboog AB.

Deel dezelve in driën gelyk in D en O

En trek de regte OD en OC.

Dan zal de V A°3 i;1 driël1 Sel.'k gedeeld zyn.

Hier uit blykt verders, op wat wyze men dezelve in 9, 27. en andere deelen zal deelen; als mede de wyze om (een hoek in andere gelyke dee* len te fcheiden,

•OP DE X'. PS.OP: DES F. BOEK.

Alhier leert Euclides een linie in twee g?lyke tfeelen te fcheiden, en daar uit ■volgt ook de wy-

Sluiten