Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

enEEUWIGE BEHOUDENIS. 15

gen , noch voor de overtreeders gebe. den. —■ Hy heeft ook zulke hoogge. voelende gedachten van zich zeiven niet gehad , een man te zyn, die geen onrecht gedaan had, en in wiens lippen geen bedrog was. ~ Maar in tegendeel beleed hy voor den Heere, te zyn een man van onreine lippen, en die verzoening zyner zonden noodig had. Jef. 6. 5—7. — Trouwens, deze ftelling , heefc, zoo veel my bewust is, geen een van uwe Rabbynen tot nog toe in zyne Schriften laaten blyken.

Daar blyft derhalve niets anders over, dan dat de Propheet, dit van iemand anders gezegd heeft. — Maar wie is die andere , dien de Propheet door des Heeren knecht hier bedoelt ? — Dit vereischt nader onderzoek.

Rabbi Saadjaga Hagaon, (t) past deze geheele Voorzegging toe, op den Propheet Jermia. — Eene Verklaaring, die Rabbi Mm Esra&h zeer fraai aanpryst, en eenige overeenkomjlen, die naar zyne gedachten te vinden zyn, in de Lotgevallen van Jermia, en 't geene hier in deze Foorzegging voorkomt, in de volgende woorden opgeeft. .p-O VS3 ' D»31 D»U nrQjttl '

VTKOJ « (

O') Rabbi Saadja Hagaon, tot Hoogleeraar beroepen , naar de Academie te S üura , i„ den j jaare 4687, na de Schepping der Waereld, en 1

iareïrs ^ 9 M de telling der Na' P

vers 9«

Rabbi Saadja Hagaon 0 ver Jef. 32: v.15.

Rabbi Slben Esra iver Jef. ia: v.15.

Zemach Javid deel ag. 26.

Sluiten