Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

TraU. Sanhedrin,

Col. i.

a28 israels verlossinö

Goddelyke Eigenschap is, by wyze van Perfoons verbeelding, fpreekende wordt ingevoerd. — Zoo leest men uitdrukkelyk in den Talmud, waar van de Wysheid gefproken wordt, het volgende; - -73 m ttmw /nnpn bv vyto *»

* 131 nöDTtt D^n » Dit is de Eigen„schap van den Heiligen Hooggeloofden \, God, die de ganfche Waereld met Wys„ heid gemaakt heeft.'"

Dan, wie ziet niet de ongegrondheid, ia de ongerymdheid ook van deze Helling? , In. wat opzicht behoefde tog

de Wysheid , als een Eigenschap van God, met zoo veele verheffing en herhaaling van zich zelve te betuigen, dat zy van Eeuwigheid geweest was? Zyn dan niet alle Wezenlyke Eigenfchappen Gods, zoo volftrekt Eeuwig, als God volftrekt Eeuwig is! Waartoe dan zulk eene verheffing en herhaal van woorden, daar deze waarheid niet in twyffel getrokken wordt? — Wat zeg ik ! - ln wat opzicht zoude tog de Wysheid, als een Eigenschap van God, van zich zelve kunnen betuigen, lk ben van Eeuwigheid af gezalfd geweest? vers 23: — lk ben gebooren als de afgronden nog met waren? vers 24: 25- Doe was tk een

Voedsterling by hem, en ik was dagelyks zyne Vermaakingen, ten allen tyd voor zyn aangezicht fpeelende? vers 30: 3*.

Sluiten