Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

32Ö ALGEM. VOORBEHOED ING

te zetten, en dat zonder eenig kwaad gevula te ondervinden q>).

Het onbefmet blijven van zoo veele Geneesoeffenaaren, in de aangedaane Steden en Dorpen, welke allen, veel meer dan ik, dagelijkfch, den geheelen Epidemietijd door, onder de zieken verkeerden, en zich veelal geweldig afflooven moeiten, beveiligt, dunkt me, nog verder, de niet-befmetlijkheid van de enkele 'lucht der ziekenkameren, welke anders, gewiflijk, veelen van hen in de ziekte hadt moeten Horten; waarvan nu maar een enkel voorbeeld, hier en daar, is geweeft, terwijl niemand dier Heeren het leeven daar bij heeft ingefchoien.

Zeer

(ƒ) 'tls mij doch niet onwaarfchijnlijk, dat die bijzondere gewaarwording in 't Gedarmte aan eene dreiging, of vlugtige werking der Smetüoffe zij toe te fchrijven g\ weeft, welke, als zonder vatten , voorbij ging. Door mijne nabijziendheid, vooral in 't befchouwen van den afgang, en de tong, moeit ik doorgaans zeer nakomen onder 't bereik der uitvloeifelen en den adem, daar en boven was de onzuiverheid en bedorvene lucht bij veelen al vrij groot, terwijl, door de drukte en de gewoonte, de noodige voorzorge ook wel eens vergeeten of verzuimd werdt. De hr. van manen teekent aan, dat Hij ook, ten tijde van den Loop, zich meermaalen wat ongefteld gevoelde, met nu en dan prikkelingen in den Buik, zonder meer gevolg; Waar na hij zijnen algang wel natuurlijk, maar'van buiten blaauvv vondt, — in plaats van welke blaauwe kleur der faeces, hij zwarte plekken op dezelve zag, wanneer hij, lange daar na, inderdaat den Persloop begon te krijgen, verdwijnende ook di-eze plekken, toen de Loop verder doorzette. Geueesk. Corresp, bh 554.

Sluiten