Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

€ 4§ >

ccirnelis pieterzen. Maar wat is er toch feigendijk van die Koepokken, Dominé?

braaf man. Dat behoedmiddel, dat federt een jaar 7 a 8 (1798) nu is bekend geweest, tegen de vernielende Kinderpest, is met geen gevaar van fterven, noch van ziek te worden, noch van mismaaktheden, natelaten, vergezeld, en beveiligt allerzekerst tegen die befmettende Ziekte. —- Maar eer ik verder mijne redenen vervolge, moet ik eerst wat vragen: Zijn er onder u nog eenige, die de hatelijke Kinderziekte nog niet gehad hebben, of wier vrouwen of kinderen daar nog voor bloot ftaan?

cofinelis pieterzen. Mijn vrouw, mijnheer ! heeft ze niet gehad, en ook -geene mijner vier kinderen.

jam barendzen. Ook ik Weet niet ze immer [ïehad te hebben -, en zeker is dit van twee mijner' kinderen: terwijl s ij m e n ook in dat geval is;

bra.afman. Dan heb ik een dringend verzoek, dat gijl- daar thans het gevaar zoo nabij is, zonder utitftel , morgen aan dien dag uzelven, óf de uwen, met Koepokftof doet inenten. Meester G. zal er wel. weten aan te komen-, hij heeft net verleden jaar onderfcheddenen, met het beste gevolg, gedaan. Zoo gij dit nu aanneemt, zal ik omtrent dit onderwerp verder voortpraten. He wilde nu eerst dit beding maken.

cornelis pieterzen. Daar is er mijn hand op, Dominé 1 dat ik er. mijn werk van zal maken.

jan barendzen. Gij weet ook uit andere gevallen, mijnheer! dat wij genegen zijn naar raad te

luis-

Sluiten