is toegevoegd aan uw favorieten.

Oeconomische courant. Ter bevordering van nationale huishoudkunde, nyverheid, koophandel [...] en alle andere middelen van bestaan

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

C 108 )

wen zegt, elkander betaalen, alsdan geen van beide vvinne noch verlieze; doch dat één van beiden, aan wiens zyde de uitvoer den invoer overtreft, winnende, het ander volk in dezelfde evenredigheid verlieze , door zoo veel minder uittevoeren dan te confiumeeren. Het een en ander, is even ongerymd.

Men moet onder den naam van winst niet zoo zeer de vermeerdering van het numerair, of der hoeveelheid van goud en zilvergeld, in een zeker land, verdaan, als wel voornaamlyk de vergrooting der verhandelbare waarde (Valuta) van den jaarlykfchen opbreng der landeryen en des Nationalen arheids, met andere woorden, de toename der jaaflykfche verdienden van de ingezetenen. — Hangt nu de handelsfchaal tusfchen twee volken in het evenwigt, door onderlinge ruiling van goederen en waaren, dan zullen zy meestal beiden winnen, en wel in eenen gelyken of nagenoeg gelyken graad. Elk der beide landen zal in dit géval de markt voor het andere zyn, tot vertier van een gedeelte zyner overtollige Producten, en daar dit gelyk ftaat met 't geen ieder land op de markt van het andere afzet, en waarvan hetzelve de voordeden heeft verfpreid over zoo veele ingezetenen, als ter bereiding daarvan zyn -werkzaam geweest, worden de beide landen hier door in ftaat gefteld, om in 't vervolg een gelyk Capitaal met dezelfde voordeelen op nieuw daarin aanteleggen; terwyl intusfchen, zoo wel de bearbeiding, als de wederzydfche uit- en invoer, verdienften en beftaan geeft aan een groot aantal ingezetehen vau allerlei foort en rang. [Hier hadden wy gewenscht, hetzelfde betoogd te vinden omtrent het tweede geval, wanneer naamlyk , de invoer in een land grooter is, dan deszelfs uitvoer, met betrekking tot eenen anderen ■Staat; doch hiervan vinden wy voor ons noch hier, noch hier onder eenig afdoend bewys; ondertusfehen volgt uit de grondftelling van Smith en Crumpe nog in geenen deele, dat in zulk een geval de debiteur niet zoude verliezen. Immers, offchoon het waar zy, dat niet de vermeerdering -van geld zoo zeer, als wel van _verdienften, 'svolks waaren rykdom uitmaake, is het echter tevens niet minder zeker, dat de aanhoudende vermindering van het numerair, (waarop toch c:n nadeelige Handels-balans altoos moet uitloopen, dewyl het deficit in Producten door baar geld of geldswaarde moet-worden aangevuld) eene vermindering van arbeid, induftrie, onderneming.n, en verdienften moet naar zich fleepen. Dit ziet men ten duidelykfte zedert vier a vyf jaaren in ons Vaderland, en het is uit al het te vooren gezegde en by ieder Commercieel Occonomist gereedlyk erkende zoo middagklaar, dat wy niet begrypen, hoe men zulks by mooglykheid zou konnen wegredeueeren! Redact.'}

Ondertusfchen is 'er wezenlyk eene andere Balans, van de gewoone Handels-balans grootlyks verfchillende, en die by elke Natie 7 naarmate zy voor- of nadeelig uitvalt, noodwendig derzelver welftand of verval ten gevolge moet hebben: dit is de Balans tusfchen jaarlykfchen opbreng en gebruik. Is de verhandelbare waarde des opbrengs, jaarlyks, grooter dan die der confumtie , dan moet het vermogen der Maatfchappy ieder jaar zoo veel toeneemen, als dit overfchot bedraagt; daar dat vermogen, in het tegengefteld geval, ieder jaar zoo veel moet verminderen, als het deficit beloopt. Zoodra de uitgave der ingezetenen derzelver inkomften te boven gaat, wordt het Capitaal aangetast, en met hetzelve moet natuurlyk de Valuta van 't jaarlyksch voordbrengfel der algemeene Indujlrie trapswyze afneemen.

Deze weegfchaal is van de gewoone Handelsbalans wezenlyk onderfcheiden: want, terwyl de laatfte nadeelig is, kan de eerfte voor even denzelfden Staat voordeelig wezen. Eene Natie kan eene halve eeuw achter één eene meerdere Valuta of geldswaarde uit- dan invoeren, al het goud en zilver, daarvoor inkomende, kan, zonder aftrek, oogenbliklyk wederom worden uitgegeven, de in omloop zynde baare geldmasfa kan genoegzaam geheel onzigtbaar worden, en deszelfs plaats vervangen door allerleie foorten van papierengeld, ja de Nationale fchuld by andere volken, met welken de Natie handelt, kan allengs hooger ftygen: en niettemin kan haar wezenlyk vermogen, de verhandelbare Valuta haarer landeryen en arbeid, het fonds haarer werkzaamheid en Induftrie, gedurende dezen tyd in nog veel fterker graad hebben toegenomen. De tegenwoordige toeftand van Noord-America, en deszelfs Handels-verhouding omtrent andere volken, bewyst, volgends Smith en Crumpe, de waarheid dezer beweering. [Indien deze redeneering moet ftaaven, gelyk het fchynt, dat de nadeelige Handels-balans geen zeker bewys oplevert voor de vermindering van het algemeen vermogen, en dus van de algemeene Induftrie, dan betreuren wy de zwakheid van het voorbeeld, door onze Schryvers gebezigd, ter onzer overtuiging. Laat toch, ten opzigte der Amerikanen, de geheele redeneering gegrond zyn, en dus worden toegeftemd , daaruit volgt echter geenszins, dat zy even waarachtig zy omtrent alle andere Handeldryvende volken, en nog minder, dat zy een algemeen Handels -maxipie oplevere. Het enkel voorbeeld eener opkomende, door de weelde nog niet heerfchend befmette, en in derzelver Landbouw en Cultuur een onuitputbaar fonds van vermogen bezittende Republiek, gelyk die van Noord-America is, kan hier niets fceflis-

feu