Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

iv V O O R B E R I C H T.

De Natuurlyke Historie is nog daar en boven gelyk aan de Muziek, daar in, dat het nieuw (Ie altyd het beste is, en het oude in verval en misachting brengt, echter met meer grond, wyl de Natuurlyke Historie op ondervindingen en waarneemingen rust, die eene 'langheid van tyd vereisfehen, ahoorens men verzeekerd kan zyn, niet in fommige opvattingen te dwaaien of misleid te worden. Aristotelks welke, toen de Waereld, na fommiger meening, reeds 3590 Jaar geflaan had, het eerst begon , de kundigheeden die yeeleti voor hem in het Ryk der Dieren verkreegen hadden, by| een te verzamelen, en in een Werk te [amen te brengen ', konde , hoe zeer hy 'ook den grond tot nader onderzoek in de wyd uitgeflrekte Weetenfchap der Natuurlyke Historie van de Dieren gelegd heeft, en hoe zeer zyne naarvorfchingen met Alexandefs Schatten onderJleund werden, welke daar aan niet minder dan 800 Talenten of ongeveer 720,000 Dalers te koste lag , echter zo veel niet weeten als zyn opvolger Plinius, by de Romeinen, die, zyn' arbeid ten gronde leggende, dien omtrend in het yofle Jaar onzer Jaartelling , met de kundigheeden van een tydvak van omtrend 470 Jaar en met veel minder moeite konde verbeteren en vermeerderen. Op dezen volgde, na 130 Jaaren, oppianus, en 20 Jaar laater de Griek Jelianüs, welke, on-' der de Regeering van Keizer, Heliogabalus, aï mede niet veel'meer danenkele aantekeningen, rustende op hier en daar opgefpeurde berichten, daar by te voegen had.- In dezen flaat bleef die Weetenfchap tot in de zestiende Eeuw onzer Jaartelling, wanneer coenra.dus gesner, e/gesnerus « ulysses aldrövandus dezelve ongemeen ver' meerderden, en een geheel nieuw en vollediger aanzien deeden vtrkrygen, welken hernieuwden flaat derzelve, men den Middentydfchen der Natuurlyke Historie zou kunnen noemen, en mei den arbeid van den Engelfchen j ons ton, die veelal op de waarneemingen der Ouden fleunde, bejlooten wordt.

- Na hem kwam men allengs, door de uitbreiding van Zee- en Landreizen, tot meer eigene naarfpeur in gen en verbeteringen , waar toe de beroemde ontleedkundige h end rik. ruysch i« Holland x brisson en willoughby in Engeland'% samuel hallen en erxleben in Duitschland, en de Ridder ka rel linN/Eus in Zweden, niet weing toebragten. Inzonderheid [lak deze laatfle door een nieuw en regelmaatig Systema van Clasfificatie, welk, door het uitvoerig Werk. van wylen den yverigen Natuurkennei'houttuin, ook in Nederland -h i(4 wtew asVïj ;. i . •v 'i ( yr&wb \% m» 0 •bé-

i\^v\ <m-& «^.«sj/vvt s>-t «* duwt t'twi..A ^••'•5'-

Sluiten