Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het TWEEDE GEZIN der EERSTE BENDE. P.IU.Tab.XXF, 95

tweede verwisfeling van Huid, daar zy ook doorgeraakten , na deze tweede vervelling, gebruikten zy noch niet alle zestien Pooten in 't loopen , maar wel twaalf of veertien, echter kon men nu reeds zeer duidelyk dezelven alle zestien ook zonder vergroot glas zien, kort na de vervelling waren zy bleek van kleur, maar werden een poos daar na zeer donker bruin, offchoon nu deze myne Rupfen, allen zeer greetig de Salade-Bladen, tot fpyze gebruikten en 'er ook zeer fpocdig van groeiden, is echter hun eigentlyke en waare voedzel de GanzeDistel, Haaze-Latouw of Sogge Distel,, in 't Latyn So.ichus Oleraceus, waarvan hier een takje afgebeeld is, en ik twyffel geentzints, of, indien ik myne Rupfen, van jongs af aan niets anders gegeeven had als de zo evengenoemde Ganze-Distel, 'er minder de ficrftc zoude ondergekomen zyn als nu , door het vreeten van de Krop-Salade-Bladen. Den i6den en i/^en zaten zy reeds op de derde vervelling, daar zy ook wederom door geraakten. Den sifon July, waren zy reeds viermaalen verveld, doch nu begon 'er de fterfte onder te komen, zo dat de meesten, de eene voor, de andere na, aan eenen dunnen afgang of loop ftierven, uitgezonderd eenige weinigen, welken volwasfen wierden, eene dusdanig volwasfene Rups, ziet men afgebeeld. Fig. 3. Fig. y

§ 4-

Ware het niet geweest, dat ik reeds eenige Jaaren te vooren, van deze zelfde foort Rupfen gehad hadde, welken toen in den Maand July, in de Aarde kroopen zich in dezelve een Verwulfd maakten om daarin tot Poppen te veranderen, ik zoude de geheele huishouding van dit InfecT:, niet hebben kunnen befchryven, doordien ook zelfs myne voor ditmaal volwasfen gewordene Rupfen , insgelyks noch aan die cige ziekte ftierven, waaraan ik ze allen verlooren had, maar hierdoor,

A a a dat

Sluiten