Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van het Tweede GEZIN der Eerste BENDE P.II1. Tab.XLUIenXLlV. 147

§• 4-

By den dood van myne jongen Rupjes, hielden ook alle myne verdere waarneemingen op en ik was dus in \ geheel niet in ftaat de afbeeldng te geeven, zo min van eene klyne als van eene grootte of volwasfene Rups; maar in 't begin van de maand September des gepasfeerden Jaars,. ontfing ik van den Wel-Edelen Heere De Wolff van West euro de, Overste Luitenant te Harderwyk, eene volwasfene Rups, afgebeeld Fig. 4. zynde van eene buitengewoone Fig. 4. groote als hebbende eene langt e van omtrend vier duimen; ik hoopte nu dat deeze Rups zich zouden infpinnen, en in eene Pop veranderen, maar myne verwachting wierd te leur gefteld , zy fpon zich wel in, maar ftierf zonder in Pop te zyn veranderd: Ik moest dus weder geduld hebben omby eene andere gelegendheid eene Pop te bekomen; zocht ook zelve dikmaals, in de om en by Amfterdam ftaande Willige Boomen, naar Rupfen, Spinfels of Poppen, en vond ook in de maand April dezes jaars, drie nog klein zynde Rupsjes, waarvan 'er een afgebeeld is Fig. 3. dit was nu goed om te zien, dat de kleur dezer Rupfen zo wel Fig. 3? klein als groot genoegzaam gelyk is, maar het was 'er nog verre a£, eer dat deeze Rupsjes in Poppen zouden veranderen; ik verzuimde eg- fc ter niet, hun zo dikwyls doenlyk was, van vars Willige Hout te voorzien, zo nat en vogtig als ik het maar bekomen konde, en het fcheen ook in 1 begin of dezelven iets groeiden, maar ik wierd fpoedig te leur gefteld, want in 't begin van de maand Juny, waren zy reeds alle drie geft' rven; dit was dus wederom mislukt, en zo is het my, behalven de bovengemelde keeren, telkens gegaan, zynde my, zo dikmaals ik deeze foort van Rupfen gehad hebbe, altoos afgeftorven, zonder ia Poppen veranderd te zyn; het is my ook door deeze redenen, onmooglyk te bepaalen, hoeveele maaien dezelve vervellen; egter kan ik wel met zekerheid zeggen dat zy dit doen, en het vel geheel op,vreeten„ daar ik dit by ondervinding weet.

Op den zesden Mai dezes jaars, ontfing ik wederom van den WelEdelen Heere De Wolff vak WïsxaB.a.ode, (waarvoor ik zyn

Sluiten